Hyper-V: Geschiedenis en Features

Het virtualiseren van servers is tegenwoordig onderdeel geworden van ons leven. Het is één van de grootste ontwikkelingen in de ICT-Branche. In dit artikel wordt de geschieden is van virtualisatiesoftware Hyper-V van Microsoft beschreven en het licentiemodel welke Microsoft hanteert voor Hyper-V. In een volgend artikel komt de techniek van Hyper-V in Windows Server 2016 aan de orde.

We spreken over een ‘virtuele machine’ (VM) wanneer een besturingssysteem of andere software wordt geïnstalleerd in een softwarematige omgeving welke zich voordoet als dedicated hardware. De gebruiker heeft met een VM dezelfde ervaring, als bij een fysiek systeem.
De software die verantwoordelijk is voor de koppeling tussen de fysieke hardware en de VM, noemen we een ‘hyper-visor‘. Vanuit de hypervisor worden de virtuele machines aangemaakt en beheerd. Soms wordt ook wel de term Virtual Machine Monitor (WMM) gebruikt, hiermee wordt dan de hypervisor bedoeld.

Type I en Type II hypervisor

Type 2 Hypervisor
Er zijn verschillende virtualisatie methodes toe te passen bij het virtualiseren van een computer of server. Deze mathodes maken onderscheid op welke manier de VMs toegang krijgen tot de hardware van de hypervisor. De eerste virtualisatietechnieken die werden toegepast, bij onder andere Virtual PC en Microsoft Virtual Server, vereisten een besturingssysteem als basis voor de virtualisatie. Dit betekent dat op de hardware eerst een besturingssysteem moet draaien en dan daarop de hypervisor wordt geïnstalleerd. De Hypervisor draait dan naast het besturingssysteem van de host (host OS). Deze manier van virtualiseren, waar de hypervisor op het besturingsysteem van de host draait wordt een type 2 hypervisor genoemd.
Vanuit de hypervisor wordt er een VM aangemaakt waarbij bij het toewijzen van werkgeheugen en VHDs (Virtual Hard Disk) wordt gebruikt gemaakt van het werkgeheugen en partities welke binnen het host OS beschikbaar zijn. Op de VHD wordt in de VM een “guest” OS geïnstalleerd. De VM moet zijn processorkracht delen met de host. In productieomgevingen waar veel capaciteit van de VM wordt gevraagd is niet aan te raden om een Type II virtualisatie te gebruiken.

Type 1 Hypervisor
Virtualisatie waarbij de hypervisor niet op een besturingssysteem wordt geïnstalleerd, maar waar de hypervisor direct op de hardware draait wordt type 1 hypervisor genoemd. Onder andere Hyper-V maakt gebruik van deze techniek. Hypervisor wordt dan een soort abstracte laag op de hardware die direct communiceert met de hardware zonder tussenkomst van een host OS.Deze vorm van virtualisatie geeft de beste performance en wordt dan ook geadviseerd in een productieomgeving.

Type I Hypervisor Hyper-V Type 2 Hypervisor

Geschiedenis van Hyper-V

Virtual PC tot Microsoft Virtual Server

De eerste virtualisatietechnologie die beschikbaar kwam voor Windows was Virtual PC, deze software werd destijds ontwikkeld door het bedrijf Connectix. In 1997 kwam deze software voor het eerst beschikbaar voor de Mac OS. Dit stelde de gebruikers van Mac OS in staat om een Windows-besturingssysteem te draaien op hun Mac. Vervolgens kwam in 2001 de Windows-variant op de markt. Het was in 1997 niet de eerste keer dat virtualisatietechnologie werd toegepast. In 1960 brachten bedrijven als General Electric, Bell Labs en IBM al virtualisatie software op de markt. In 2003 koopt Microsoft het bedrijf Connectix over en ontwikkeld vervolgens verder op deze virtualisatietechnologie met als gevolg dat op 13 september 2004 Microsoft Virtual Server het levenslicht ziet. Deze software maakt het in Windows XP, Windows Vista en de Windows Server 2003 besturingssystemen virtualisatie mogelijk. In Microsoft Virtual Server in Windows Server 2003 werden VMs aangemaakt en beheerd vanuit een web-based omgeving die draaide op IIS. Het beheer van de virtuele machines was ook mogelijk via de software VMRCplus. De laatste release was Virtual Server 2005 R2 SP1 op 11 juni 2007.

Microsoft Virtual Server tot Hyper-V

Met de komst van Windows Server 2008 op 1 oktober 2008, deed Hyper-V haar introductie als vervanger van Microsoft Virtual Server. Hyper-V was een zogenaamde Type-1 hypervisor, dit houdt in dat de VM direct op de hardware draait. Vanaf het moment van de eerste release van Hyper-V vond de verschuiving plaats naar virtualisatie. Hyper-V kwam als een optionele component beschikbaar voor Windows Server 2008. Later in juni 2008 kwam via de Windows Update de definitieve versie van Hyper-V beschikbaar voor Windows Server 2008. Vanaf dat moment zou Microsoft Hyper-V beschikbaar maken voor alle opvolgende Windowsserver-besturingssystemen. Daarnaast werd er nog een Hyper-V Server installatie door Microsoft beschikbaar gemaakt als freeware. Deze installatie bevat een Core server van Windows Server 2008 met de Hyper-V Role standaard voorgeïnstalleerd. Alle andere functies waren uitgeschakeld om zo minimaal aan performance te verliezen aan de hypervisor. Alleen middels via de CLI was deze server te configureren door gebruik te maken van de Command Line of Powershell.

Windows Server 2012 Hyper-V licenties

Informatie over de licenties zijn afkomstig uit documentatie van Microsoft. Dit kan veranderen!
Alvorens u de licenties aankoopt, overleg eerst met Microsoft of met uw ICT-partner.

In dit artikel behandelen het licentiemodellen van Windows Server 2012 R2 en Windows Server 2016. We proberen in dit artikel een samenvatting te maken van wat Microsoft weergeeft in hun licentie-documenten. Onderaan dit artikel hebben we link naar het betreffende documenten geplaatst.
In Windows Server 2012 moet er worden gekeken naar het aantal fysieke CPUs van de host waar de VMs op draaien. Met andere woorden; per CPU is er een licentie benodigd. Wanneer er gebruik wordt gemaakt van VMware’s ESX/ESXi, dan wordt er gebruik gemaakt van een non-Windowsbesturingssysteem, en er draait vervolgens een Windows VM, moet alsnog de fysieke processoren worden voorzien van een geldige licentie. Dit betekent dat alle fysieke CPUs moeten worden voorzien van een geldige licentie. Bij Microsoft geldt er een afname van minimaal 8 per processor en minimaal 16 per server.
Met de Standard editie van Windows Server 2012 kan je twee VMs mee van een licentie voorzien en de Datacenter kan er ongelimiteerd gebruik worden gemaakt van VMs. 

Windows Server 2016 hyper-v licenties

Met de komst van Windows Server 2016 zijn er behoorlijk wat veranderingen gemaakt. De verschillen tussen de ‘Standard’ en ‘Datacenter’ versie van Windows Server 2016 zijn flink groter geworden. En het licentiemodel is aangepast. Microsoft is in Oktober 2016 overgestapt van processor-licenties naar Core-licenties. De reden hiervan is dat Microsoft veel inkomsten misloopt met processoren die meer dan 40 core’s ondersteunen. Er is keuze tussen drie verschillende edities van Windows Server 2016:

  • Datacenter: deze editie is ideaal voor een omgeving waar gebruik wordt gemaakt van grote aantallen VMs en is het meest geschikt voor datacentra. Met deze versie kan er onbeperkt VMs worden gelicenseerd.
  • Standard: deze editie is speciaal voor MKB-omgevingen waar weinig VMs worden ingezet. Deze versie biedt, net als Windows Server 2012 R2, een licentie voor 2 VMs.
  • Essentials: Deze editie is eigenlijk een soort brug tussen een on-premise omgeving en cloud. Ideaal voor kleine organisaties tot 25 gebruikers en 50 apparaten. Deze versie is ideaal voor gebruikers die momenteel de Foundation Editie gebruiken, die niet meer beschikbaar is in Windows Server 2016.

 Het licentiemodel van Windows Server 2016 bevat Core en Client Access licenties(CAL). Elk apparaat of gebruiker die gebruikt maakt van de hierbovenstaande edities heeft een geldige licentie nodig. Bij gebruik van Remote Desktop dienen er Remote Desktop Service CALs te worden gebruikt. Een Windows Server CAL geeft een gebruiker of apparaat het recht om dezelfde of oudere versies van Windows Server te gebruiken. Hieronder een overzicht uit het licentie document van Microsoft.

Editie Licentiemodel CAL vereiste
Datacenter Standard Essentials
Core-gebaseerd* Core-gebaseerd* Speciale server
Windows Server CAL** Windows Server CAL** Geen CALs benodigd

* Alle fysieke cores van de CPU hebben een licentie nodig. Met een minimum van 8 core licenties per fysieke processor en minimaal 16 core licenties per server.
** CALs zijn per gebruiker of per apparaat die de server benaderen. Voor details zie de Product Terms van Microsoft.

Zoals we net al aangaven en in het tabel hierboven zichtbaar is; is het licentiemodel van fysieke processor aangepast naar per Core licentie.

  • De aankoop van de licenties geschiedt met een minimaal van 8 licenties voor elke processor en een minimum van 16 core licenties per server.
  • Core licenties worden verkocht in een pakket van 2.
  • Standard Editie geeft het recht om maximaal 2 VMs te draaien op dezelfde licentie wanneer alle fysieke cores van een geldige licentie zijn voorzien. Voor extra VMs moeten de cores opnieuw van een licentie worden voorzien.
  • De prijs van 16 core licentie (voor een server met 2 processors) voor Windows Server 2016 Datacenter en Standard heeft dezelfde prijs als dezelfde editie in Windows Server 2012 R2.

Voor meer informatie over de licenties van Windows Server 2016, verwijzen wij naar het licentie document van Microsoft:

Windows Server 2016 licentie document

 

https://i2.wp.com/windowstechblog.nl/wp-content/uploads/2017/05/Windows-Server-2016-Hyper-V-licenties-en-geschiedenis-van-Hyper-V.png?fit=300%2C200&ssl=1https://i2.wp.com/windowstechblog.nl/wp-content/uploads/2017/05/Windows-Server-2016-Hyper-V-licenties-en-geschiedenis-van-Hyper-V.png?resize=150%2C150&ssl=1Martien van DijkWindows Server 2016Hyper-V,Windows Server 2012 R2,Windows Server 2016Hyper-V: Geschiedenis en Features Het virtualiseren van servers is tegenwoordig onderdeel geworden van ons leven. Het is één van de grootste ontwikkelingen in de ICT-Branche. In dit artikel wordt de geschieden is van virtualisatiesoftware Hyper-V van Microsoft beschreven en het licentiemodel welke Microsoft hanteert voor Hyper-V. In een volgend artikel komt...it's all about Microsoft