Wat is er nieuw in Windows Server 2016?

Wat is er nieuw in Windows Server 2016

Windows Server 2016, de opvolger van Windows Server 2012 R2, wordt half 2016 verwacht. Op het moment is de Windows Server 2016 Technical Preview 4 beschikbaar als download zodat we al  inzicht krijgen in wat Windows Server 2016 ons te bieden heeft. In dit artikel gaan we kijken wat er tot nu toe bekend is over Windows Server 2016.

Windows Server 2016: Nano Server
Windows Server 2016 heeft een nieuwe installatie methode: Nano Server, deze installatie optie is een op afstand te beheren serverinstallatie. Dit betekent dat de server zelf geen GUI in zich heeft. Het is vergelijkbaar met de Server Core versie, maar dan een uitgeklede versie daarvan en is volledig geoptimaliseerd voor Private Clouds en Datacenters. Nano Server ondersteund alleen software, die de 64-bits architectuur ondersteund. Deze installatie optie neemt minder schijfruimte in beslag, heeft minder updates nodig en is significant sneller dan een normale Windows installatie.

Nano Server is ideaal inzetbaar in de onderstaande scenario’s:

  • Als een host voor de Hyper-V role, de Hyper-V machines zelf draaien op een andere host. Nano Server ondersteunt ook clustering.
  • Als storage host voor Scale-Out File Server (een geclusterde File Server).
  • Als DNS server.
  • Als een Web Server met Internet Information Services(IIS).

Windows Server 2016: Windows Containers
Windows Containers is beschikbaar vanaf de Technical Preview 3. Met de onderstaande twee Windows Powershell cmdlets kunnen de Conntainers worden geïnstalleerd:

wget -uri https://aka.ms/setupcontainers -OutFile C:\ContainerSetup.ps1 .\ContainerSetup.ps1

Windows Server 2016 Containers

Microsoft ondersteunt twee verschillende container modellen: Windows Server Containers en Hyper-V Containers. Deze technologie biedt een alternatieve manier van virtualisatie en geeft de mogelijkheid om software in te pakken en eenvoudig te verplaatsen naar een andere server. De technologie is niet nieuw; Google en Microsoft maken al gebruik van deze technologie in hun eigen cloud-diensten. Vanzelf reist dan de vraag: Wat is het verschil tussen Hyper-V en Windows Containers?

Stel, een applicatie ontwikkelaar schrijft een programma en stuurt deze vervolgens daarna naar de IT-afdeling om de software uit te rollen in het netwerk. Maar helaas, de uitrol gaat mis. De ontwikkelaar heeft deze software in zijn eigen serveromgeving gebouwd en die serveromgeving wordt nu gemist. Containers zijn hier het antwoord op, bij het maken van een container wordt alles waar de ontwikkelde software afhankelijk van is ingepakt, zoals runtimes, libraries en zelfs besturingssysteem elementen. Deze containers draaien volkomen autonoom van het gehele netwerk en hebben zelfs een eigen register, bestandssysteem en zelfs een eigen IP-adres.

Wanneer containers problemen gaan geven wanneer verschillende besturingssysteem patches die op de host zijn geïnstalleerd en de container heeft deze patches ook nodig. Hier komt Hyper-V container om de hoek kijken. De Hyper-V containers gebruiken een basis image die voor de software is gebouwd en maakt automatisch een Hyper-V machine aan, gebruik makend van de basis image. Deze Hyper-V machine bevat dan de windows container met de software en alles waar de software van afhankelijk is.

Windows Server 2016 Containers
bron: Microsoft

Windows Server 2016: Hyper-V
Rolling Upgrades: Deze functie maakt het mogelijk om de ‘ClusterFunctionalLevel’ live te upgraden. Voorheen was het een vereiste dat het gehele cluster offline werd gehaald, om daarna pas de upgrade te kunnen starten. Of je moest een extra cluster ernaast bouwen, te upgraden om daarna alle VMs te migreren naar het nieuwe cluster. Netwerkkaarten en werkgeheugen. In de vorige Hyper-V versies was het niet mogelijk om live een extra netwerkkaart of werkgeheugen toe te voegen aan een VM. Hyper-V in Windows Server 2016 geeft nu de mogelijkheid om kritieke wijzigingen aan een VM aan te brengen zonder dat de VM offline hoeft te worden gehaald.

Windows Server 2016: Powershell 5.0
Powershell 5.0 heeft veel nieuwe Powershell cmdlets, deze nieuwe cmdlets zijn speciaal gefocust op specifieke functionaliteiten. Er zijn 141 nieuwe cmdlets voor de netwerkkaart, 36 nieuwe voor Hyper-V, 21 nieuwe DNS-gerelateerde cmdlets, 17 voor IIS en 11 voor de Windows Defender, om even een greep te pakken. Een andere nieuwe feature die is toegevoegd is Powershell DSC (Desired State Configuration). Deze tool geeft de mogelijkheid om niet alleen Windows Servers te beheren maar ook servers die op de Linux-kernel draaien.

Jose Baretto van Microsoft heeft een heus blokartikel gewijd aan de nieuwe Powershell 5.0 cmdlets. Om alle powershell cmdlets te zien, gebruik de cmdlet:

Get-Command

Windows Server 2016 Powershell 5

Windows Server 2016: ReFS
Microsoft’s Resillent File System maakte zijn debuut in Windows Server 2012. Dit type bestandssysteem was meer op de achtergrond aanwezig. In Windows Server 2016 zal ReFS meer de standaard gaan worden voor Hyper-V machines. Het aanmaken van een fixed  VHD/VHDX kan aardig wat tijd in beslag nemen, wanneer de VMs worden geplaatst op een partitie met het ReFS bestandssysteem(En ik adviseer je dat met klem ook te doen!) komt dit ten goede van de performance. Het aanmaken van checkpoints en verwijderen/mergen hiervan neemt aanzienlijk minder tijd in beslag.

https://i2.wp.com/windowstechblog.nl/wp-content/uploads/2016/04/Whats-new-in-Windows-Server-2016.png?fit=300%2C200&ssl=1https://i2.wp.com/windowstechblog.nl/wp-content/uploads/2016/04/Whats-new-in-Windows-Server-2016.png?resize=150%2C150&ssl=1Martien van DijkMicrosoftWindows Server 2016Hyper-V,Nano Server,Windows Server 2016Wat is er nieuw in Windows Server 2016? Windows Server 2016, de opvolger van Windows Server 2012 R2, wordt half 2016 verwacht. Op het moment is de Windows Server 2016 Technical Preview 4 beschikbaar als download zodat we al  inzicht krijgen in wat Windows Server 2016 ons te bieden heeft. In...it's all about Microsoft